Maas theater dans podium

Denkbeelden in beweging

Dorien Folkers, hoofd educatie van Maas theater en dans, heeft haar visie op educatie tijdens haar loopbaan bij theatergroep Max. en Maas theater en dans ontwikkeld. Ze heeft haar gedachtegoed in een essay vervat tijdens de leergang Cultuur in de spiegel. In onderstaande samenvatting van Doriens essay ‘Denkbeelden in beweging’, lees je de kern van haar visie op educatie.
> Het hele essay van Dorien Folkers is hier te lezen.

Maandagochtend, groep 5 begint de week met een taalles. In het hoofdstuk 12 van Taal op maat wordt een aantal vergelijkingen genoemd. Een bezige bij, een pietje precies, een opgeblazen kikker, een wandelende encyclopedie. Er staan plaatjes in het boek. De kinderen worden door middel van het trekken van lijntjes gevraagd het plaatje van de uitdrukking bij het plaatje met de juiste betekenis te trekken. Maar niet vandaag. De kinderen staan in de ruimte en ze bewegen als bijen, ze maken zoemgeluiden. Ze staan stil en plotseling krioelen ze snel door elkaar. Ze mogen elkaar niet aanraken en moeten zorgen dat de ruimte steeds gelijkmatig met bijen is gevuld. Ze spelen een zwerm bezige bijen. Of ze bewegen juist uiterst netjes, afgemeten en correct, kiezen rechte lijnen. Ze zijn de pietje preciezen. Of ze zijn opgeblazen kikkers, ze bollen hun wangen en proberen ook nog te kwaken alsof ze de baas zijn. De juf kijkt vanaf de kant, ze is verbaasd. Waar ze anders drie weken over doet lijkt nu in driekwartier voor elkaar. Groep 5 kent de uitdrukkingen en haar betekenis en heeft ze beide kanten op begrepen.

In de zoektocht naar legitimatie van kunst in het onderwijs hebben wij, theaterdocenten van Maas theater en dans, een aantal jaren geleden besloten om op zoek te gaan naar hoe theater aan kan sluiten bij zaakvakken zoals taal en wereldoriëntatie. Op die manier hoopten we een plaats in het onderwijs te behouden en vanuit de praktijk de waarde van de kunstvakken te laten zien en te laten ervaren. Onze eerste huiver om hieraan te beginnen verdween snel toen we merkten hoe effectief de  theater- en fysieke werkvormen in de taalles werkten en hoe makkelijk we ook de presentaties rondom de taalprincipes weer naar theater (kunstzinnige presentaties) konden vertalen

Cognitie en mimesis
Merlin Donald (1993,1998) bestudeerde de evolutie van de cognitie (de manier waarop de mens, in denken en handelen, in zijn omgeving functioneert (Heusden, 2010: 10-12)). 1,5 miljoen jaar geleden ontstond de Homo Erectus. Deze rechtop lopende mens maakte werktuigen, vuur en kon zich aan zijn omgeving aanpassen. De Homo Erectus had mimetische vaardigheden, hij kon het hele lichaam inzetten als communicatie-instrument. Daarnaast kon hij bewegingen in een omgeving herhalen en verfijnen volgens een terugkerend systeem. Dit gebeurde vrijwillig en bewust.

De tijd waarin de vroege mens met de mimesis uit de voeten kon was erg lang. Er was geen noodzaak om verder te evolueren. Mimesis was succesvol, het vormde een basis voor het verfijnen en differentiëren van praktische vaardigheden, voor het ontwikkelen van gecompliceerde expressieve communicatie en voor de handhaving van een bepaalde mate van sociale complexiteit.

Donald (1998) stelt dat de hedendaagse mens nog steeds veelvuldig gebruik maakt van de mimetische vaardigheden. De mimesis principes vormen wat Donald (1998,62) betreft nog steeds de basis voor onze manier van communiceren en denken waarbij oogcontact, gezichtsuitdrukking, ritme en gebaar een wezenlijke rol spelen bij het begrijpen van de taal.

Embodied cognition
Het bestuderen van de hersenen heeft met de komst van MRI-scans een enorme vlucht genomen. Nieuwe theorieën over onze cognitie hebben daardoor een impuls gekregen. Zoals de Embodied Cognition (EC) theorie. Dit is een brede term die gebruikt wordt om een reeks theorieën in de cognitieve theorie te beschrijven die het belang van de lichamelijke interactie met de omgeving omschrijven, als het gaat om het verwerven van  conceptuele kennis (Wellsby&Pexman,2014:1).

Deze Embodied Cognition theorieën hebben naast de praktijk van de MRI-scans ook een impuls gekregen door het werk van George Lakoff and Mark Johnson (1980). Door het bestuderen  van metafoorgebruik in de taal concludeerden zij dat het vaak fysieke acties en handelingen zijn die ten grondslag liggen aan de  taal. We leren de wereld om ons heen kennen door verschijnselen met elkaar in relatie te brengen, via vergelijking en associatie.

Theater als middel
Onze theaterlessen gaan over verbeelding. Het medium is het lichaam. Met lichaam en stem geven we vorm aan een onderwerp. Veel theateropdrachten in de klas vinden dan ook hun bron in de beweging, in fysieke acties en fysieke aanwezigheid. Zo krijgen woorden en begrippen een context, een gevoel, een beeld, een verhaal. Hierdoor krijgt het woord betekenis en deze betekenis wordt opgeslagen in het geheugen. Het woord, het begrip, de uitdrukking wordt belichaamd (embodied) Deze manier is effectief. In ieder geval op de korte termijn.

Volgens de theorie van Heusden (Heusden,1010:20) is in cultuuronderwijs onze eigen cultuur het onderwerp. In de theaterlessen krijgen we een onderwerp uit de taalles. De taalblokken hebben vaak culturele onderwerpen. Via de zelf- waarneming en de zelf -verbeelding onderzoeken we met de kinderen via  het lichaam wat dit onderwerp voor hen betekent of kan betekenen. Belangrijk is dat we de eigen  groepsleerkrachten moeten overtuigen dat het in de theater les niet gaat om goed of fout. Het gaat ons om de wereld achter de woorden.

Conclusie
Donald (1980) veronderstelt dat we een miljoen jaar hebben gecommuniceerd zonder taal. Als wij in de klas fysieke theater werkvormen inzetten dan zien we dat al de door Donald genoemde mimische vaardigheden daarin terug komen. We begrijpen deze mimetische vaardigheden als van nature en krijgen via de mimesis  meer grip op de taal.

In de ontwikkeling van een kind zien we dat het eerst leert over zichzelf en zijn omgeving via de waarneming en daarna via fysiek actief onderzoek van zijn omgeving. Op school wordt het leren steeds meer losgekoppeld van de sensomotorische interactie en vindt deze plaats via het verbale en het schriftelijke. Door de wereld achter het woord te ontdekken willen we het leren rijker maken.

Leren via embodiment kan wat ons betreft groepsgewijs met opdrachten die hun oorsprong vinden in onze ontstaansgeschiedenis en die getraind worden door middel van theater.