Maas theater dans podium

Diepte-interview Abdelkarim el Baz

MAAS DIEP
Maas theater en dans presenteert in de loop van seizoen 2014/2015 een serie van vier diepte-interviews met dansers, acteurs en andere makers over ‘het vak’. Over de keuze voor het beroep en wanneer de kiem werd gelegd, over talent, inspiratiebronnen, over trainen en ontberingen. Het interview van Jowi Schmitz met Hanne Struyf, actrice in Het verhaal van de getallen, is de eerste editie. Anastasiia (Foutje danseres) is de tweede en Nastaran (actrice Voorjaarsoffer) de derde. De interviews vinden hun weg naar het publiek via (online) magazines en koptelefoons in de foyer van het Maaspodium.

Interview Abdelkarim el Baz
Door Jowi Schmitz

Beter leven
‘Ik kwam op mijn veertiende uit Marokko naar Amsterdam om een beter leven te krijgen. Maar ja, ik hád dus al een behoorlijk goed leven. Dus wat doe je dan?’
Het antwoord dat Abdelkarim El Baz (28) op die vraag gaf is: doorzetten. Met zijn zus en zijn moeder ging hij in 2000 bij zijn vader wonen, in Amsterdam Slotermeer. Hij sprak de taal niet, ging naar de zwartste school van Nederland en werd elektromonteur. Pas daarna kwam de Mime opleiding en nu Toneelacademie Maastricht.

Kunstzinnig
‘Ik kom achteraf gezien uit een kunstzinnige familie, ik had ooms die houtbewerker waren, er werd gitaar gespeeld, gefotografeerd. Op school in Marokko hadden we Koningsdag, dat was drie dagen feest voor koning Hassan 2. Ik weet nog dat ik dat heel leuk vond en altijd meedeed. Ik was een jaar of tien en moest een monoloog opzeggen, de tekst ken ik nog steeds uit mijn hoofd. Als boodschapper van de koning zei ik tegen de geschiedenis, die ook op het podium stond, dat samenwerking is gebouwd op wederzijds respect. Daar is het misschien wel begonnen.’

Droom
‘Naar Nederland gaan was een droom die uitkwam. Ik had neven en nichten in Europa, Europa werd gehypet als dé plek waar je moest zijn.
Maar je kon niet zomaar een visum krijgen. Mijn vader woonde al in Nederland maar zijn visumaanvraag voor ons was eerder afgewezen. Toen ik veertien was lukte het dus wel.
Ik heb een oudere zus die meeging en mijn moeder natuurlijk. Die beelden van toen, die zijn me zó bijgebleven.
We wilden eerst met het vliegtuig maar dat kwam qua data niet uit, want mijn vader moest op tijd terug zijn voor zijn werk. Toen besloot hij dat we met de lijnbus gingen, achteraf gezien een zeer slecht idee.
Drie dagen in die bus, wat een tocht was dat. We kwamen aan in Brussel en namen daar de taxi naar Amsterdam. Wat ik me het beste herinner is dit: het was nacht en we kwamen bij Schiphol aan en die lichten van de landingsbanen waren overal en wij reden er doorheen. Overal lichtjes. Alsof ik in de hemel was.

Geluk
Dit is Europa dacht ik. Hier ga ik wonen. Ik kon wel janken van geluk. Mijn vader had toen nog een appartement in de Da Costabuurt, ik mocht de deur opendoen. Stomverbaasd was ik dat de gang zo klein was. We gingen naar de tweede verdieping, de indeling van het huis was heel anders dan ik gewend was. Ik weet nog dat ik rondkeek en aan mijn vader vroeg waar de rest was. Hier moesten we met zijn vieren gaan wonen? Onze badkamer in Marokko was groter dan het hele huis.
Maar het was geen teleurstelling hoor, vooral verbazing. Ik kon die nacht van opwinding niet slapen. Ik stond bij het raam en keek naar de lantaarnpalen met dat gelige licht. Wat een avontuur, dacht ik steeds.

Capuchon
Vrij snel daarna verhuisden we naar Slotermeer, omdat mijn vader vond dat we beter konden wennen tussen de allochtonen. Ik wilde dat niet, ik wilde juist tussen de blanke mensen zitten. Het was niet makkelijk. Ik werd heel erg gepest door Marokkaanse jongetjes die het raar vonden dat ik geen Nederlands sprak. Ze riepen me na. ‘Illi! Illi!’, van illegaal. Ik was bang, bang om te worden opgepakt en zonder mijn ouders te worden teruggestuurd naar Marokko. Dus zat ik ondergedoken in mijn eigen huis. Als ik brood moest halen deed ik mijn capuchon over mijn hoofd en liep een geheime weg naar de bakker.

Ondergedoken
Toch heeft die tijd me sterker gemaakt, dat klinkt als een cliché maar het is waar. Ik kwam op een rotschool terecht, het Nova College. Daar zat werkelijk geen één Nederlander op. Een school voor ‘nieuwkomers’. Ze namen me een test af, ik was twee maanden in Amsterdam, begreep nog niks van het Nederlands, en op basis van die test werd besloten dat ik maar beter met mijn handen kon gaan werken. Ik moest Elektromonteur worden. ‘Daar is behoefte aan in dit land.’ Daarna heb ik nooit meer Nederlandse les gehad, dat was immers niet nodig voor een monteur. Het voordeel is dat ik er wel handig van ben geworden, haha.

Hobby
Mijn acteercarrière begon als hobby. Op school dreigde de boel uit de hand te lopen, veel gevechten tussen leerlingen, die vaak messen bij zich hadden. Dus brachten ze kunst en persoonlijke ontwikkeling binnen. De burgemeester kwam één keer in zoveel tijd debatteren, er werd ook nog een project met BNN gedaan, Couscous en Cola heette dat, mochten scholieren mee naar New York.
Ik wilde met alles meedoen, maar er was één juf die mij niet mocht en me tegenhield. Gelukkig was er een gymleraar die me tips gaf en door hem kwam ik bij Studio West terecht. Ik deed eerst mee met het Catch project en toen wilde ik naar Jong Rast. Dat ging niet zomaar. Ik heb wel vier keer auditie gedaan. Eerst een keer voor de 5 o’Clock Class West en daarna nog drie keer voor de productie Class. Ik hield gewoon vol. Sterker nog, de docent van toen vertelde me laatst dat ze mij nog weleens noemt als er jongeren zijn die zich laten ontmoedigen omdat ze worden afgewezen. ‘Wij hadden een speler die wel vier keer is afgewezen,’ zegt ze dan, ‘En nu studeert hij aan de Toneelacademie in Maastricht.’

Bouwput
Ondertussen moest ik stage lopen als ‘elektromonteur in wording’. Kwamen we in de winter in zo’n bouwput. Mijn vingers vielen eraf van de kou en ik dacht: Dit gaan we dus niet doen. Ik was 19, ik heb de opleiding wel afgemaakt, maar toen ik 20 was deed ik auditie bij de Toneelschool Amsterdam. Ik werd afgewezen. Dus deed ik auditie bij De Nieuw Amsterdam en werd aangenomen. Die opleiding duurde één jaar en ik vond het een zeer aangenaam jaar. Maar ondertussen ging het thuis niet goed: mijn moeder was ziek. Drie weken nadat ik was aangenomen overleed ze. Ik ben een week naar Marokko geweest, daarna teruggegaan naar school en als een malle aan het werk gegaan. Dat was achteraf gezien niet zo slim. Ik had wat meer tijd moeten nemen.

Wond
De dood van mijn moeder sloeg een diepe wond in mijn vertrouwen. Ik had er zo op vertrouwd dat ze beter zou worden. Ik vond het heel moeilijk te verteren dat we allemaal zo graag wilden, dat we door wilden zetten en dat het toch niet kon. Dat zo’n ziekte iets anders beslist. Ondanks dat heb ik De Nieuw Amsterdam dus afgemaakt. Ze gaven me als advies mee dat ik een ‘fysieke acteur’ ben en misschien bij de Mime Opleiding auditie kon doen.
Maar ik wilde dat helemaal niet. Ik deed weer auditie voor de acteursopleiding en werd weer afgewezen. Toen probeerde ik het toch bij Mime en werd aangenomen.

Dat dan maar
In eerste instantie ging ik ‘dat dan maar doen’. Vrienden van me waren wèl op de toneelschool aangenomen. Ik had het gevoel dat ik werd achtergelaten, zij waren de nieuwe generatie allochtone acteurs, zij zouden het wel gaan maken. Ik zat bij de B-acteurs.
Maar na een jaar sloeg de liefde toe. Artistiek leider Loes van der Pligt heeft bijvoorbeeld grote indruk gemaakt. Ze begreep wie ik was en waar ik naartoe wilde. Beter misschien dan ikzelf. Ik mocht in het tweede jaar een geweldige stage doen, bij Jetse Batelaan, nu artistiek leider van Artemis.
Op de mimeschool ben ik wijzer geworden. En het klopt, nu zit ik alsnog op de Toneelacademie, maar dat is dan ook nadrukkelijk bijscholing. Dat ik ook een diploma wil zit nu eenmaal in mijn aard: ik maak graag af wat ik begin.

Nederlands
Nederlands was eerst een probleem. Veel moeilijke woorden kende ik niet. ‘Integratie’ bijvoorbeeld, geen idee wat dat betekende. Of ‘Hedendaags’. Mijn Nederlands kwam van de Dirk van den Broek, waar ik twaalf jaar heb gewerkt. De eerste woorden die ik leerde waren ‘bezem’ en ‘vegen’.
Toen ik bij de Toneelacademie begon, maakte de taalachterstand me de eerste anderhalf jaar onzeker. Maar laatst deden we de Mensenhater onder regie van Aus Greidanus en dat was een doorbraak voor mij. Het lukte me om die teksten goed te zeggen, dat vond ik niet alleen, dat zeiden de docenten ook. Ik realiseerde me dat sommige toneelteksten voor iederéén lastig zijn. Nu kan ik afstand nemen van het idee dat ik de taal niet de baas zou kunnen, want ik heb bij die productie gemerkt: andere studenten hebben er ook moeite mee. Zo simpel is het. Je kan iets niet, je zet door, je wordt beter.

Vrienden
Maar het kost ook wat: Door naar de Toneelacademie te gaan ben ik werk misgelopen. Ook ben ik 75% van mijn vrienden kwijt, ik had gewoon geen tijd meer voor ze. In Amsterdam al niet. Ik zat op school, ik werkte in de schouwburg, in Tuschinski, in de Dirk.
Nu ik in Maastricht zit – maar nog steeds in Amsterdam woon- is dat niet veel beter. Ik maak wel nieuwe vrienden maar het is een rare wereld, waarin mensen zich ook concurrent van elkaar voelen. Lastig vind ik dat.

Illi
En sommige dingen zijn voor altijd veranderd. Soms kom ik terug in mijn oude buurt, mijn vader woont nog steeds in Slotermeer. Dan zie ik diezelfde jongens die ik vroeger niet kon verstaan omdat ik geen Nederlands sprak, die me ‘illi illi’ toeriepen. Ik stap op die jongens af om te vragen hoe het gaat. Soms beginnen ze dan iets te vertellen en dan zeg ik “Wat? Wat zei je nou?” Ik versta hun straattaal niet meer, daar spreek ik dan té Nederlands voor. Lachen ze me alweer uit, omdat ik ze niet begrijp. Maar ik lach ook. Want het kan me niet meer schelen. Niet alleen mijn taal van buiten is veranderd, mijn taal van binnen ook.
Mijn scriptie voor de Mime Opleiding ging over die binnenkant. Die jongen wil ik laten zien, die stem van binnen wil ik laten horen. Dat kun je dus niet, als je timmerman wordt. Misschien dat ‘een beter leven’ iets anders is gaan betekenen.
Het is ruim veertien jaar geleden dat ik in Nederland kwam met mijn droom. Ik ben benieuwd wat er gaat komen en ik hoop… op iets groots. Tot die tijd studeer ik. Dit vak doe je omdat je ziel het wil.’

 

mannen op paard

[Vertaling van de tekst van de boodschapper van de koning.]
“ En ik ben de ambassadeur van de majesteit, ik reis af naar andere landen en continenten en ontmoet koningen en presidenten om contact te behouden. Schrijf, geschiedenis, dat ons contact met deze landen gebouwd is op een wederzijdse respect.”

Kijk die man op het voorste paard nou zitten, zo trots en krachtig. Dat is iemand die iets wil bereiken. In Marokko is het gebruikelijk dat er tijdens feesten dat soort mannen op paarden voorbij rijden met losse flodders in hun geweren. Op een teken van de voorman schieten ze die geweren af. Het is iets van mijn jeugd, ik heb het één keer meegemaakt en vond het zeer indrukwekkend. Het is vertoon van kracht en entertainment tegelijk.