Maas theater dans podium

Diepte-interview Anastasiia Liubchenko

MAAS DIEP
Maas theater en dans presenteert in de loop van seizoen 2014/2015 een serie van vier diepte-interviews met dansers, acteurs en andere makers over ‘het vak’. Over de keuze voor het beroep en wanneer de kiem werd gelegd, over talent, inspiratiebronnen, over trainen en ontberingen. Het interview van Jowi Schmitz met Hanne Struyf, actrice in Het verhaal van de getallen, is de eerste editie. Anastasiia (Foutje danseres) is de tweede en Nastaran (actrice Voorjaarsoffer) de derde. De interviews vinden hun weg naar het publiek via (online) magazines en koptelefoons in de foyer van het Maaspodium.

Interview Anastasiia Liubchenko
Door Jowi Schmitz

Dans, mime, pantomime, animatiefilmpjes maker, theatermaker, schilder, kunstenaar: Anastasiia doet het allemaal. En als je haar vraagt wat de verbindende eigenschap is van al die bezigheden dan glimlacht ze en zegt: ‘ik, want ik ben degene die het allemaal doet.’

Anastasiia (1988) deed dan ook meerdere opleidingen. Ze studeerde van haar vijftiende tot haar negentiende pantomime in Kiev, ging daarna naar de Kiev National University of Theater, waar ze aan de faculteit Film en Televisie afstudeerde als Director of Animation. Ze volgde tegelijkertijd workshops bij MAPA (Moving Academy for Performing Arts) met als Nederlandse docent en oprichter van MAPA Ide van Heiningen, die haar weer inspireerde om tenslotte naar Amsterdam te vertrekken waar ze in 2014 aan de toneelschool van Amsterdam de mimeopleiding afrondde.

Zijn er niet heel veel mensen die zeggen dat je moet kiezen? Oftewel: is er wel genoeg tijd om al je liefdes tegelijk na te streven?
Er is een filmpje waarin ik zeven ben. Het is het enige filmpje uit die tijd want het was toen in de Oekraïne heel bijzonder om filmpjes te maken. In dat filmpje word ik gevraagd wat ik later wil worden en ik zeg: “Ballerina.” Daarna vragen ze wat ik het leukste vind om te doen. Ik zeg: “Schilderen.” 

De veelheid zat er altijd al in.
Ik denk het. Mijn moeder is schilder, dus ik leerde al heel vroeg schilderen en ik ben altijd goed geweest in gym. En in Kiev, waar ik woonde, was toevallig een hele goeie circusschool. Het oude Sovjet systeem dat daar toen nog gold hield in dat je al vroeg met je beroepsopleiding begon. En voor een fysieke opleiding is dat ook goed: je kan je lichaam nog transformeren. Dus ik deed op mijn vijftiende auditie voor dans. Ze vonden me te speels en zeiden: ga maar naar Pantomime, daar is ruimte voor iemand als jij.

Pantomime? Dat is toch een witte clown die een ruimte uitbeeldt die er niet is?
Op behoorlijk hoog internationaal niveau bovendien. 90% van de studenten van die school werkt nu ergens in Europa of in Amerika, bij Cirque du Soleil bijvoorbeeld. Dat betekent tegelijkertijd ook dat je met bijzondere podiumkunsten in de Oekraïne zelf nauwelijks terecht kunt. Het was een uitzonderlijke school. Er waren docenten die ons aanmoedigden om zelf na te denken over theater, over het maken van voorstellingen. Het was veel meer dan die witte clown.

Maar ja, toen was je negentien en Pantomimer en kon je nergens terecht.
Gelukkig bestaat er een ander systeem in de Oekraïne waarbij je gratis opleidingen kunt volgen zolang je maar wordt toegelaten. Omdat mijn moeder niet alleen schilder is maar ook met animaties werkt, moedigde ze me aan te solliciteren als maker van animatiefilmpjes. Ik dacht, waarom niet.

En nadat je Director of Animation was besloot je naar Amsterdam te gaan, financieel ook enorm lastig, neem ik aan. Als niet EU lid.
Zeer. Mijn familie heeft uiteindelijk een stuk land verkocht om de eerste anderhalf jaar van de mimeschool te betalen. Ik heb een MAPA scholarship gekregen voor het tweede jaar. Mijn vriend, met wie ik samenwoon, heeft me daarna met zijn familie door het derde jaar geholpen en voor het laatste jaar heb ik een aantal beurzen voor ‘jong talent’ gekregen. Ook heb ik bijvoorbeeld een tentoonstelling georganiseerd en al mijn werk verkocht, bij wijze van benefiet voor mezelf.

Kun je je voorstellen dat je ooit iets anders gaat doen?
Alleen werk dat gerelateerd is aan maken. Aan creëren. Ik zie mezelf nooit dokter worden.

Waarom niet?
Ik ben bang voor dokters.

Wat maakt het podium zo aantrekkelijk?
Ik stond al vanaf mijn achtste op het podium. Het is natuurlijk een rare plek. Jij op een verhoging, mensen die naar je kijken. Dat is van tevoren absoluut iets om onzeker over te zijn, want waarom zouden ze eigenlijk naar je kijken? Wat sta je daar dan te doen? Maar als je eenmaal doorkrijgt hoe je het publiek kunt bespelen, als je ze mee kunt nemen in je verhaal, dan is het alles waard. Er zit iets verslavends aan.

Hoe weet je of het goed is wat je doet?
Dat voel je zodra je het podium op gaat.

Heb je nog bepaalde rituelen?
Nou, het liefst heb ik genoeg geslapen. En van tevoren: tanden poetsen, make up op doen, kostuum aantrekken, warming up. Dat hoort allemaal bij de voorbereiding, bij het geconcentreerd raken.

Heb je dromen die je koestert?
Ja, eigen producties maken, ik heb net een productie gemaakt waarin op een projectie mijn schilderijen zijn te zien terwijl wij ervoor spelen. Ik zou ook wel een nieuwe expositie van mijn schilderijen willen. Wat ik ook heel erg graag zou willen is vaker in Kiev workshops geven. Vertellen hoe het hier is. Toen ik naar Amsterdam verhuisde heb ik een project opgericht, dat heet Mime Wave Ukraine met als bedoeling meer samenwerkingen tussen Nederland en de Oekraïne te stimuleren. Ik wil heel graag aan een jongere generatie kunstenaars laten zien dat er ook andere mogelijkheden zijn.

Je moet je voorstellen dat er in de Oekraïne op het gebied van het theater nauwelijks eigen makers bestaan. Er zijn theaters, maar daar hoort ook meteen een vaste bespeler bij. Een ad hoc project doen, waarbij je beeldtaal onderzoekt, waarbij je een nieuwe groep mensen bij elkaar brengt, zal nooit financieel worden gesteund.

Ik zou dat heel graag veranderen en zorg er dan ook voor dat ik ieder jaar in ieder geval een workshop geef in Kiev. Er is daar namelijk precies één theater (in een stad van bijna 3 miljoen inwoners) dat daar ruimte voor maakt. Maar ja, ook dat is een kwestie van geld. Op dit moment is er in het oosten van de Oekraïne oorlog, dus het enige fonds dat nog geld had voor zelfstandige theatermakers is nu omgezet in een fonds dat al haar geld naar de oorlog stuurt.

Wordt jouw theatertaal daardoor beïnvloed? Door die moeilijke situatie?
Ja. Maar niet omdat ik politiek theater wil maken. Eerder andersom: ik móet wel politiek theater maken omdat het zo dicht bij mijn persoonlijke leven staat. Als ik uitga van mezelf, maak ik – hoe abstract ook – politiek theater. Het valt samen.

Wat vind jij een mooie ‘beeldtaal’?
Ik vind het mooi als iets raars de norm wordt. Bijvoorbeeld op een hele rare manier drinken. Als iedereen dat doet, wordt het normaal. Of een wereld waarin alles ondersteboven is. Dat geloof je ook als toeschouwer. Ik wil nog wel meer comedy onderzoeken. Daar zit het lachen en het huilen zo dicht bij elkaar. Dat vind ik mooi.

Wat was voor jou een belangrijk moment in je ontwikkeling?
Ik was zeventien en we gingen met de circusschool op een eerste buitenlandse reis. Naar het Edinburgh Fringe Festival. Ik zag twee of drie optredens en ik was diep onder de indruk. Op dat moment nam ik me voor: op een dag kom ik hier terug met mijn eigen show.

Heb je nooit gedacht; het is te moeilijk, ik hou ermee op?
De situatie er omheen is moeilijk. Financiering van projecten, het waarmaken van dromen. Maar aan acteren heb ik nooit getwijfeld. Sterker nog, ik voel me heel vaak beter op het toneel dan erbuiten. Veiliger en tegelijk vrijer. Ik bedoel, als ik in een café op de grond ga liggen of heel gekke sprongen ga maken, dan denken de mensen dat ik gek ben. Op het toneel mag dat allemaal. De wetten die er gelden, verzin je zelf.