fbpx

Maas theater dans podium

Diepte-interview Hanne Struyf

MAAS DIEP
Maas theater en dans presenteert in de loop van seizoen 2014/2015 een serie van vier diepte-interviews met dansers, acteurs en andere makers over ‘het vak’. Over de keuze voor het beroep en wanneer de kiem werd gelegd, over talent, inspiratiebronnen, over trainen en ontberingen. Het interview van Jowi Schmitz met Hanne Struyf, actrice in Het verhaal van de getallen, is de eerste editie. Anastasiia (Foutje danseres) is de tweede en Nastaran (actrice Voorjaarsoffer) de derde. De interviews vinden hun weg naar het publiek via (online) magazines en koptelefoons in de foyer van het Maaspodium (na de opening in december).

Interview Hanne Struyf
Door Jowi Schmitz

Ze heeft een keer geprobeerd ermee op te houden. Een jaar lang werkte de Vlaamse actrice Hanne Struyf (27) in een winkel. Ze wilde een gewoon leven. Maar het ging niet. De drang om theater te maken was te groot. ‘Het is een soort verslaving.’

Al jong werd Struyf gestimuleerd om veel naar cultuur te gaan. Iedere avond gingen zij, haar broer en haar zus wel ergens heen. Daardoor was theater geen ontdekking, maar een onderdeel van haar leven. Dat ze naar de Keerbergse Amateur Toneelkring (KAT) en daarna naar het semiprofessionele Fabuleus ging, was dan ook vrij vanzelfsprekend, ze sloot haar opleiding af bij de Arnhemse toneelschool.

Haar precies vier jaar oudere broer was de weg van het theater al gegaan. Hij studeerde aan toneelschool van Maastricht en acteert ook. Broer en zus hebben zelfs samen een voorstelling gemaakt.

Is dat niet intimiderend, een oudere broer die ook acteur is?
‘Integendeel, ik denk dat het me juist stimuleerde. Door hem zag ik dat theater een weg was die je kon kiezen. Ik vertelde hem gisteren dat ik vandaag een gesprek zou hebben over theater en mijn inspiratiebronnen. Hij lachte en zei: ‘Inspiratiebronnen? Zal ik meegaan?’’

Maar het acteren ging – en gaat- niet vanzelf. Als zeventienjarige deed Hanne auditie in Maastricht, ze werd niet aangenomen; te jong. Het jaar erop deed ze auditie in Maastricht en Arnhem. Ze mocht bij allebei beginnen. ‘Juist dát jaar sloeg de onzekerheid toe. Het kon immers altijd beter. Dat gevoel heb ik gehouden.’

Halverwege het eerste jaar kreeg Hanne de eerste evaluaties, alle leraren vonden iets over haar. Na afloop stapte ze in de trein naar huis. Naakt. ‘Of zo voelde dat. Ze kennen me helemaal, dacht ik. Er was ook paniek: waar ben ik aan begonnen? Op dat moment besloot ik dat ik volkomen eerlijk moest leven. Niets achterhouden. En dat probeer ik sindsdien te doen, in het leven.’

Volkomen eerlijk zijn om te kunnen acteren? Dat klinkt…paradoxaal.
‘In een rol zoek ik naar echtheid, naar iets wezenlijks. Dan moet je dus wel weten hoe dat wezenlijke voelt. Ook als ik naar theater ga kijken ben ik altijd het meest geraakt door acteurs die eruit zien alsof ze met heel hun hart spelen.’

Kun je dat leren?
‘Ik geloof wel dat je talent nodig hebt. Maar je kunt zeker bijleren.’

Wat leer je er dan bij?
‘Toen ik begon had ik geen notie van het feit dat je lichaam ook op het toneel staat. Dat het dus ook iets moet doen. Op school leerde ik ook dieper te graven, langer doorgaan, niet van alles een beetje doen. Ik leerde lef te hebben.’

Wat is je talent?
‘Dat is lastig te zeggen, het is ook wat anderen in jou zien. Maar misschien, bij mij, als ik heel erg in mijn nopjes ben; mijn humor.’

Waar ben je minder goed in?
‘Dansen op het toneel, dat vind ik heel moeilijk. En iets voor het eerst doen, dan zie ik het wel voor me in mijn hoofd, maar dan is het er nog niet. Ik heb tijd nodig. Ook zo moeilijk: een échte vrouw spelen. Een bewuste, grote vrouw in al haar facetten. Een vrouw die haar seksualiteit inzet, die op hakken loopt in een lange jurk, die daar trots op is. Ik blijf steeds een meisje, een trolletje. Op de toneelschool heeft een docent mij gezegd dat ik nooit zal kunnen transformeren – en hoewel je dat natuurlijk met een korrel zout moet nemen, weet ik dat nog heel goed. Hij zei ook dat ik nooit een diva zal spelen. Maar ik hoop van wel, ooit..’

Heb je er weleens dingen voor gelaten, zoals topsporters dingen laten om de top te bereiken?
‘Op de toneelschool heb ik de grenzen wel opgezocht. Ik at niet meer om heel dicht bij mijn gevoel te komen. Eigenlijk ging het toen heel slecht met me, maar het spelen ging wel goed. Misschien omdat je zo dramatisch bezig bent. Nu geloof ik dat het belangrijk is dat je als mens gelukkig bent, dat de wereld beter wordt van gelukkige mensen. Nog steeds doe ik elke avond krachttraining. Ik eet gezond. Ik zorg goed voor mezelf, omdat ik merk dat ik dan beter kan werken, en dus beter kan spelen, en beter rollen kan ontwikkelen. Er zijn veel grenzen die mensen opzoeken in het theater. Laatst zag ik acht dansers die anderhalf uur gingen springen. Anderhalf uur, dat is onmenselijk lang. Hoe moet je zo’n voorstelling honderd keer spelen? Om zó ver te gaan, daar moet je een beetje zot voor zijn.’

Zeg je nou dat je niet zot genoeg bent om heel ver te gaan?
‘Ik blijf altijd nog wel Hanne op het toneel. Ik speel een rol, maar ik ben ook Hanne.’

Je wilde op een gegeven moment ophouden met acteren, waarom?
‘Op de toneelschool riep ik tegen iedereen dat ik vanuit mijn hart wilde theatermaken, maar ik zat in producties waarbij ik dat niet voelde. Daar wilde ik vanaf, van die frustratie. Ik stond op het punt een huis te kopen, om te gaan samenwonen, gewoon, ik probeerde het leven normaal te doen. Na een paar maanden werd ik gebeld of ik mee wilde doen met een geweldige productie. Ik zei nee. Ik wilde niet drie maanden in Amsterdam zitten, want ik was dus met dat huis bezig. Zodra ik ophing voelde ik me ellendig. Toen realiseerde ik me: ik heb net nee tegen mijn hart gezegd. Een paar weken later kwam er een nieuwe vraag. Meteen zei ik ja en ik dacht: zie je wel, de kosmos wil ook dat ik weer ga spelen. De relatie en het huis overleefden die beslissing niet.’

Waarom niet?
‘De combinatie relatie en theater is blijkbaar emotioneel moeilijk voor mij. Als ik theater doe wil ik niets anders. Dan voel ik de rol in al mijn vezels. Ik kan dat niet half. Dat stopt niet ’s avonds. Dan lijkt er geen ruimte meer voor een vriendin. Ik moet daar nog iets op verzinnen.’

Ben je nog steeds onzeker?
‘Heel vaak! Het is altijd eng. Sterker nog, het is maar heel soms fijn. Laatst zat ik weer in een hele zware repetitieweek en ik zei tegen een vriendin: “waarom doe ik dit?” Zij zei: “Daar ga je nooit een antwoord op krijgen. Want als dat er was, zou je daarna meteen ophouden met spelen.” Theater is obsessief onderzoeken. Wat ook zo gek is: staat de productie eenmaal goed en gaat het spelen lekker, dan vergeet ik die moeilijke periodes weer. Dan begin ik gewoon weer opnieuw.’

Topsporters hebben vaak van jongs af aan een doel. Ze willen bijvoorbeeld met de Olympische Spelen meedoen. Heb jij ook zo’n doel?
‘Ik zou wel een collectief willen, of met een zelfgemaakte voorstelling in een uitverkochte schouwburg willen spelen. Maar ik heb geen einddoel. Geen groots verlangen. Toen ik nog bij Fabuleus zat zei iemand tegen mij: ‘Jouw broer, die heeft een doel met acteren, die weet precies waar hij heen wil. Maar jij niet.’ En hij had gelijk. Ik heb eigenlijk altijd maar één reden gehad: ik speel nu eenmaal graag.’

scènefoto Blue remembered Hills (c)Stef Stessel 2 db

Blue Remembered Hills

klavertje vier 2

Gehandicapt klavertje drie

Hanne zoekt een klavertje vier

Hanne zoekt klavertje vier


Klavertje vier
‘Iedere productie leer ik iets anders. Door te spelen in Het verhaal van de getallen leerde ik over het bestaan van de Fibonacci reeks. Een reeks waarbij de cijfers steeds bij elkaar worden opgeteld. Dus 1, 1, 2, 3, 5, 8, enzovoort. Daardoor heb ik ontdekt dat klavertjes vier eigenlijk gehandicapte klavertjes drie zijn. Want in die Fibonacci reeks zit niets met vier en de reeks heeft wel met alles in de natuur te maken. Ik heb al heel lang iets met klavertjes vier, dat komt door mijn moeder: die had een vriend die ze altijd vond en toen hij overleed riep ze een keer heel dramatisch: geef een teken! Vanaf dat moment vond ze dus klavertjes vier. Ze heeft mij aangestoken en twee van mijn vriendinnen heb ik weer aangestoken. Wacht, ik zal er één voor je zoeken.’

Blue Remembered Hills
‘Door deze voorstelling werd ik voor het eerst bewust geraakt. Ik was een jaar of veertien en ben er wel drie keer naartoe gegaan. Het was de eerste keer dat ik dacht ‘dit wil ik echt’. Vooral het spelplezier van de acteurs, het waren volwassenen die kinderen spelen. Misschien dat het daarom ook zo aansloeg, omdat ik zelf ook op die kanteling van volwassen en kind zat. Met mijn beste vriendin speelde ik ook scenes na. Er was er één met de zin: ‘We gaan trouwen met een ring en al’. Dat vonden we heel grappig.’

Thomas Hirsschorn
‘Deze tekst van Thomas Hirsschorn heeft alle jaren dat ik op de toneelschool zat op mijn deur gehangen. Het gaat over kunstenaar zijn maar ook heel erg over ‘in het moment’ zijn. Zoals in een gesprek; dat mag na afloop zijn eigen vorm aannemen in je hoofd, net als een avond toneel. In een film is dat niet zo. Daar kun je de momenten drie keer terugspoelen als je dat wil. Ik vind juist tijdelijkheid geruststellend. Het leven kun je ook niet terugspoelen. Mijn afstudeerscriptie ging over die tekst. Eigenlijk wilde ik de scriptie daarna verbranden, want het is gek om iets wat tijdelijk moet zijn te bewaren. Maar dat mocht niet. Toen heb ik de tekst in het zand, vlakbij de vloedlijn geschreven. En later op het plein in Arnhem. Dat kwam trouwens op de voorpagina van de krant. Heel grappig, stond erbij dat Thomas Hirsschorn in Arnhem was geweest. ‘Dat is niet zo,’ zei ik tegen bazin van het café waar ik toen een bijbaantje had. Heeft zij de krant gebeld, kwam er een week later een correctie: ‘Oh nee, toch niet, het was een vierdejaars studente van de toneelschool.’