Maas theater dans podium

Interview met Moniek Merkx over Beauty en het beest

“Er is een heldenrol voor ieder kind dat voorbij de buitenkant denkt, dat een monster in de ogen durft te kijken. Dat vind ik een spannend gegeven.” Regisseur en schrijver Moniek Merkx maakte Beauty en het beest met acht spelers, acht zangers van het Nederlands Kamerkoor en in elke stad 10 lokale kinderen en jongeren.

Dit is het tiende sprookje dat je op de planken brengt, hoe ga je dit sprookje aanpakken?
Merkx: “Het is een simpele vertelling met complexe, onderhuidse gevoelens. Het verhaal speelt zich af op een magische, onheilspellende plek. Je ziet bomen die uit zichzelf gaan bewegen, een tafel die vanzelf eten geeft, bediendes die halve dieren zijn, lokale sneeuwbuien. Dat is het bijzondere van een sprookjesbos, alle angsten en avonturen die je je kunt inbeelden vinden er plaats. En tegelijkertijd is er relativering mogelijk. Sprookjes zijn een soort klassieke cartoons.”

Waarom koos je dit sprookje?
Merkx: “In veel sprookjes heb je het patroon van de erfzonde, ook in Beauty en het beest is dat een van de lijnen in het verhaal. De ouder heeft iets fout gedaan, in dit geval een roos geplukt, en het kind denkt dat het haar schuld is. Kinderen die denken dat ze de fouten van hun ouders goed moeten maken en het op kunnen lossen, dat is een veelvoorkomend patroon. Sprookjes helpen dat patroon zichtbaar te maken, te ontrafelen en vervolgens te doorbreken. Het is niet de schuld van Beauty dat haar vader de roos plukt, maar toch offert ze zich op. Wat het verhaal dan vertelt is dat doordat zij zichzelf blijft en haar hart opent, de vloek kan worden verbroken. Ik vind dat een mooie boodschap. Als je niet de patronen herhaalt van je ouders en de hele mensheid, als je de liefde laat stromen, dan doorbreek je patronen van haat, wraak en woede.”

In elke stad spelen tien lokale kinderen en jongeren mee, voor hen bedacht je een speciale rol.
Merkx: “De kinderen en jongeren volgen de avonturen van de hoofdpersonen. Ze dwalen mee met Beauty door het bos en ze zijn ook onderdeel van de bevroren wereld van het beest. Het kleinste kind beschermt de roos, een ander maakt beestachtige bokkensprongen of helpt Beauty met aardbeien zoeken in de sneeuw. De jonge spelers zijn aanwezig als stille helpers. In feite zijn zij degenen die de zoektocht naar liefde moeten doormaken. Zij vertegenwoordigen de open blik die door het verhaal heen loopt en die uiteindelijk overwint. Ik kies vaak voor die blik, daar zit voor mij een drive die het leven de moeite waard maakt. Open is ook nieuwsgierig, nieuwsgierig naar jezelf, naar de ander, naar de wereld. Dat is vaak mijn bron.”

Beauty heeft ook die open blik.
Merkx: “Zij is degene die nog niet verpest is met wraak en jaloezie. Maar ze moet ook de duistere kanten durven zien, voorbij de roze hartjesromantiek denken. De vader is de katalysator in het verhaal. Eerst is Beauty kind en dol op haar vader. Dan moet ze losraken van haar vader en naar het beest. Ze blijft denken dat ze voor haar vader moet zorgen, terwijl het normaal zou zijn dat hij voor haar zorgt. Deze lijn, loskomen van je ouders, komt in veel van mijn voorstellingen terug.”

Beauty durft van het beest te houden. Een sleutelmoment…
Merkx: “Het beest kan alleen maar transformeren als hij de liefde toelaat. Ik focus op de liefde voor de ander maar ook op de liefde voor jezelf. In de scènes bij de poel ziet het beest zichzelf in het water, hij schrikt. Een moment van zelfinzicht: hij moet zijn donkere kant gaan zien, pas dan kan hij zachtheid toelaten.”

Dan zijn er nog de twee zusjes, waar komen die vandaan?
Merkx: “In de oorspronkelijke versie van Villeneuve zijn de twee zusjes heel belangrijk. Ze vertegenwoordigen de vooringenomen blik, beoordelen alleen op uiterlijk en hebben een moreel oordeel over alles. Ze zijn die kant in onszelf die we ook goed kennen. Daarnaast zijn ze ook humoristisch en relativeren die prachtige metafoor. In feite zijn het twee jaloerse zussen die het niet kunnen hebben dat Beauty er met de buit vandoor gaat. De tegenkleur die ze geven helpt om de boel niet te zwaar te maken.”

 De bediendes van de prins veranderen net als hij in beesten. Waarom heb je gekozen voor dieren in plaats van kandelaars en theekopjes?
Merkx: “Je zoekt bij het maken naar een eigen interpretatie van het magische. In mijn hoofd is het paleis van het beest bevroren, het is een kille plek en is stil gezet. Dat moet weer gaan stromen, weer levend worden. Die dieren horen bij die donkere kant, het is een manier om die plek dreigend te maken. Die dieren zijn overigens niet allemaal zo gevaarlijk als het beest zelf. Het zijn allemaal afsplitsingen van het beest; een kwetsbaar hert, een sluwe vos, een trouwhartig paard. Net als dat Beauty en de zusjes samen ook meerdere kanten vertegenwoordigen die mensen in zich hebben.”

Je werkt met acht zangers van het Nederlands Kamerkoor, hoe was dat?
Merkx: “De zangers zijn de muziek, geen personages. Ze zingen klanktalen die klinken als toverspreuken. Dat is het mooie van zo’n koor, ze zingen niet alleen betekenisvolle woorden maar door hun klanken maken ze muziek. Ik vind dat fascinerend. Die gelaagdheid van stemmen is een soort oervorm, er is geen instrumentarium nodig om toch hele rijke muziek te horen. Dat kan mij ontroeren, dat je puur op menselijke stemkracht zulke verschillende sferen kan neerzetten. En het zijn de beste zangers van Nederland, dus geweldig om die door dat bos te hebben lopen.”

Ze zingen muziek van Joop van Brakel en David Lang. Hoe ben je tot deze combinatie gekomen?
Merkx: “De muziek van Lang heeft een donkere, verdrietige kant. Je ziet de bomen bewegen, de kinderen door het bos lopen. Ons sprookjesbos is een magische, onheilspellende plek, maar het staat ook voor avontuur. Joop van Brakel maakte voor het eerst meerstemmige muziek voor een koor met stevige, stoere beats eronder. Hij heeft dwingende ‘beestmuziek’ geschreven, maar ook een vrolijk en opzwepend eindlied. Samen zijn Lang en Van Brakel een spannende combinatie. De minimale muziek van Lang heeft een hypnotiserende werking en op de een of andere manier komt dat bij mij binnen op een onbenoembaar niveau. Soms kan je muziek niet begrijpen, maar intuïtief voel je ‘dit is spannend en dreigend’. Als het koor Dearest Heart gaat zingen, is dat hartverscheurend mooi. Het wordt ingezet op het moment dat het beest zichzelf voor het eerst echt ziet, een moment van zelfinzicht. Via de muziek voel je dan de pijn die in zijn hart zit.”