Maas theater dans podium

Makers

Jasper van Luijk (choreografie)
Wat betekent de dood voor jou persoonlijk? Jasper: “Het is een thema dat mij altijd blijft fascineren. Ik vraag me dan af: als het een karakter was, hoe zou het dan bewegen, kruipen? Hoe ruikt de dood, hoe klinkt het? Er zijn maar twee momenten in je leven waarover je totaal geen controle hebt: het moment dat je wordt verwekt en het moment dat je sterft. Twee hele eenzame momenten, je moet het helemaal alleen doen. Ook ben ik mateloos gefascineerd in wat er hierna is. Ik ben niet gelovig, maar ik kan niet accepteren dat er hierna niets is.”

Sanne Danz (decor)
Hoe heb je de ideeën van Jasper vertaald in jouw decorontwerp? “Ik ben begonnen met het gevoel van verlatenheid en eenzaamheid. En in de ruimte moest een richting zitten, een ontsnappingsmogelijkheid. Ik heb dus ook een trap naar boven gemaakt, waarbij je je misschien de trap naar de hemel zou kunnen voorstellen. Het was vrij snel duidelijk dat het één ruimte moest zijn waarin plaats was voor verschillende sferen. Verder wilde ik graag dat er beslotenheid in de ruimte was, dat je toch een soort gevoel had van gevangen te zijn in de ruimte. Een van de eerste dingen die we noemden was een paradijstuin. Dat klinkt alleen maar heel fijn, maar zo’n tuin is altijd ommuurd, je kunt er niet uit. De attributen in die tuin symboliseren het leven. In zo’n middeleeuwse tuin (zie plaatje) is veel meer te zien, ik heb het expres kaler gemaakt. Er is altijd ofwel een levensbron (water) of een levensboom, er moet iets ontspruiten in zo’n tuin. Toen kwam het idee om een veranderende sfeer met die boom te doen. Dat zul je wel zien in de voorstelling…”

Asalia Khadjé (kostuums)
Hoe heb je de ideeën van Jasper vertaald in jouw kostuumontwerp? “We begonnen met het idee dat de dood de kleur grijs had. Wat is de dood? Het is een vaag begrip. Niemand weet waar je naar toe gaat, hoe de dood eruit ziet. Is het wel iemand? Het is een vage schim. Grijs was het idee totdat ik een eerste doorloop zag en ik dacht “er moet wat kleur in”. Ik ben met tinten gaan werken, waardoor het beeld niet te plat wordt. Een van de dansers, Inés, die een belangrijke rol heeft, heb ik uitgelicht en iets groener gemaakt. Zij staat voor mij als symbool voor de paradijstuin. Art is lichtpaars-grijs. Ik kwam er achter dat in veel culturen paars symbool staat voor de dood, dat vond ik bij de rol van Art passen. Yeli heb ik blauw gemaakt omdat ik haar zie als stuwende kracht, als stroom. Anton is een beetje zalmroze, dat past bij zijn rol en hoe hij beweegt in de ruimte. Hij werd daardoor nog groter, dat vind ik heel mooi. De dansers zijn pionnen in het spel, het gaat om hun innerlijke verhaal dat op een abstracte manier wordt weergegeven.”

De kostuumontwerpen

De kostuums zoals ze geworden zijn

Lennart Siebers (muziek)
Lennart heeft zijn eigen blok. Klik hier.