Maas theater dans podium

Makers

Ontmoet ook de mensen die Juffenballet gemaakt en bedacht hebben, wij noemen ze de ‘creatieven’ of de ‘makers’. De een bedenkt het decor, de ander de kostuums, maar er denken ook mensen na over licht en zelfs over de pruiken. We stellen ze graag aan je voor en ze vertellen ons een voor een wat hen geïnspireerd heeft voor de voorstelling Juffenballet, waardoor ze hun ideeën kregen.


Cecilia Moisio / choreografie (dat zijn alle danspasjes die de juffen maken)
“Ik kom uit Finland en daar heb je nog steeds moderne heksen. Voordat het christendom in Finland kwam, rond 1600, waren heksen ook heel belangrijk in het dagelijks leven en dan met name heksenspreuken. Die eigen taal van heksen vond ik heel inspirerend. De heksen in het stuk heb ik ook een eigen ‘taal’ gegeven, maar dan in beweging, een soort gebarentaal. Bepaalde woorden uit het script hebben eigen gebaren en de choreografie is weer een uitvergroting van die gebaren. Daarnaast ben op zoek gegaan naar typische heksenbewegingen in films. Voor de klassenchoreografie heb ik me laten inspireren door de doelgroep zelf: wat voor bewegingen maken kinderen in de klas?”

Judith de Zwart / kostuumontwerp
“Voor Juffenballet heb ik de diversiteit in juffen, de verschillende karakters en het verschil in de manier van lesgeven, vertaald naar kleding in verschillende tijdsbeelden. De kleding van de juffen is geïnspireerd op de jaren 60, 70, 80 enz. Daarnaast beeld ik mij altijd in wat de karakters denken, wat ze doen en waarom ze iets zouden dragen? Waarom draagt iemand een ketting, of juist niet?”

Moniek Merkx / tekst
“Ik ben geïnspireerd door de verhalen van Shakespeare. Ik heb drie keer eerder bewerkingen gemaakt van Shakespeare voor kinderen: De koning is dood, leve de koning (naar Macbeth), Dochters van Lear (naar King Lear) en Nacht (een mix van Midzomernachtsdroom en Macbeth). En ik heb gezocht naar natuurgeheimen: wat zijn giftige planten, waar staan bloemen en seizoenen voor? Ik wilde geen realistisch verhaal over een schoolkantine maken. Door deze combinatie kon ik iets heks-achtigs verzinnen. Het gaat over een machtsspel tussen juffen, maar ik hoop vooral dat de kinderen het gevoel krijgen dat je door openheid en eenvoud dat gekonkel niet zo nodig hebt. En dat leerde ik dan weer van Grimm.”

Reindier / muziek
“Vroeger was ik verslaafd aan de boeken en films van Harry Potter, daar ben ik weer ingedoken om de magische sfeer op te zoeken. Verder heb ik veel inspiratie gehaald uit de muziek van Kate Bush, waar ik een groot fan van ben. In haar muziek hoor je Keltische muziek terug, gecombineerd met eigenzinnige zang-melodieën en soms hele bizarre instrumenten.”

Remko van Wely / lichtontwerp
“Als lichtontwerper ben ik er in eerste instantie om de voorstelling zichtbaar te maken voor het publiek. Het maken van een lichtontwerp voor Juffenballet begon bij het decorontwerp van Sanne. Daar komen kleur- en sfeerideeën uit. Daarna ga ik naar repetities kijken om te zien hoe het licht de dynamiek van de voorstelling kan versterken. Pas in het theater kan ik al mijn ideeën uitproberen als we de voorstelling echt in elkaar gaan zetten.”


René Geerlings / regie (dat is degene die alle ideeën bij elkaar brengt, de baas van de voorstelling)
“Als kind (toen ik zelf 6 was) fantaseerde ik heel veel in de klas. Stelde ik me soms voor dat ik kon vliegen als Peter Pan of dat het klaslokaal dichtgroeide met planten en klimop en dat de juf dan eigenlijk een heks was. Maar op school moest ik rekenen, opletten en niet dromen. Uiteindelijk ben ik regisseur geworden en heb ik van fantaseren mijn beroep gemaakt. En ik denk dat er heel veel kinderen zijn zoals ik. Fantaseren, dat is ook een vak.”

Sanne Danz / decorontwerp
“René en ik waren het er heel snel over eens dat het zo’n maf verhaal was en dat we zin hadden om allemaal totaal verschillende sferen tegenover elkaar te zetten in plaats van een logisch verloop. Ik wilde wel graag dat het een geheel werd. Toen dacht ik: de wereld achter het schoolbord, wat als ik alles ga krijten. Dan heb je wel een verbindende stijl en toch die verschillende werelden. Het begint bij de klas en binnen de klas slaat de fantasie op hol. Er groeit bijvoorbeeld een bos in de klas. Iedere nieuwe sfeer heeft te maken met de machtswisseling binnen de groep. De heks die aan de macht komt, tovert haar nieuwe wereld. Een andere belangrijke inspiratiebron is theater uit de 18e eeuw. In die tijd had ieder theater in de nok vaste decors, er hing altijd een bos, een paleis en een wolkenlucht. Ik heb die drie overgenomen en in krijt nagetekend.”

Tessa Hornstra / kap en grime (dat is degene die de pruiken bedenkt en iedereen opmaakt)
“Ik haal mijn inspiratie uit de moodboards van René en uit de kostuums van Judith en vervolgens is het testen of iets werkt.”