Maas theater dans podium

Quiz: juffentypes


  1. Word je graag voorgelezen uit sprookjes?

Ja, het liefst elke dag. Ik vind het nog leuker als ik sprookjes voor mag lezen.
Poe, daar word ik zo moe van, van luisteren. Ik speel liever sprookjes na in een game.
Ja, ik hou van sprookjes! Het liefst luister ik naar Doornroosje. Een kasteel vol rozen, dat wil toch iedereen.
Sprookjes? Bah. Sprookjes zijn voor baby’s, ik wil liever fantasy.

Correct!

Wrong!


  1. De juf komt het lokaal in en valt keihard op haar billen. Wat doe je?

Ik app mijn vrienden of ze de juf even overeind komen helpen. Ik ga het niet zelf doen, te vermoeiend.
Ik schrik en sta gelijk op om haar te helpen.
Ik lach heel hard en vertel het in de pauze aan de andere klas.
Hé, is de juf gevallen? Dat had ik niet door, ik was te druk met naar buiten kijken.

Correct!

Wrong!


  1. Je vader vraagt of je wilt helpen met de afwas. Wat doe je?

Ik doe net of ik het niet gehoord heb. Ik zucht en gaap heel hard voor papa’s neus en hoop dat hij me naar bed brengt.
Ik help papa met afwassen maar niet met gewoon afwasmiddel, dat is super slecht voor de natuur. Dan komen er allemaal kleine stukjes plastic in de zee en dat wil ik natuurlijk niet.
Ik surf snel naar Bol.com en laat papa het nieuwste model vaatwasser zien. Nooit meer afwassen, dat is echt zonde van je tijd.
Ik vind het geen probleem, ik pak gelijk een theedoek en zeg dat mijn vader lekker de krant mag gaan lezen. Ik doe het wel alleen.

Correct!

Wrong!


  1. Je beste vriend is door een heksendrankje onzichtbaar geworden. Wat doe je?

Ik duik meteen de boeken in om een tegengif te vinden. Dit laat ik niet zomaar gebeuren. Ik doe er alles aan om hem weer zichtbaar te maken.
Ik vraag hem of hij nog meer van dat drankje heeft, het lijkt me heerlijk, onzichtbaar zijn. Dan kan niemand mij meer vragen om dingen te doen, want ze zien me toch niet.
Ik hebt ergens gelezen dat er in het bos speciale kruiden groeien om onzichtbaarheid om te keren. Die ga ik snel zoeken. De natuur heeft altijd een oplossing.
Ach, zo goed bevriend waren we toch niet. Ik heb wel betere dingen te doen dan me daar druk om maken.

Correct!

Wrong!


  1. Er komt een prins op het witte paard het schoolplein op. Wat doe je?

Ik ren naar het paard toe om het te knuffelen. Witte paarden zijn mijn lievelingsdieren.
Bah, wat een stinkpaard. Ik jaag hem snel het plein af. Wat denkt die prins wel. Bovendien, een prins op een wit paard is ontzettend cliché, hij moet maar terugkomen als hij een motor heeft.
Ik klim op mijn gemak achterop en vraag aan de prins of hij toevallig ook door kan rijden naar een warm land. Dan kan ik daar lekker chillen op het strand.
Wat een prachtig dier. Ik neem het paard mee de klas in en geef meteen een spreekbeurt over paarden. Ik weet alles over ze.

Correct!

Wrong!


  1. De juf geeft je een onvoldoende voor schrijven. Wat doe je?

Ik vind het heel jammer, maar zal volgende keer extra mijn best doen.
Ik begin heel hard te huilen. Mijn blaadje is verpest. Dan had ik er beter niet op kunnen schrijven. Nu is de boom waar mijn blaadje van gemaakt is, voor niks gekapt.
Ik ga stampvoetend naar de juf toe om te zeggen dat het niet eerlijk is. Ik bewijs aan de juf dat het super duidelijk is wat er op mijn toets staat door het héél hard voor te lezen.
Ik stuur haar een appje, met autocorrect, waarin ik haar zeg dat ik heus wel kan schrijven, alleen niet met een pen, dat is gewoon te vermoeiend. Ik vraag of de schrijftoets volgende keer niet gewoon op een laptop mag.

Correct!

Wrong!


  1. De juf legt tijdens de biologieles uit waar baby’s vandaan komen. Opeens zie je dat haar neus groeit. Wat doe je?

Dat is vast vermoeiend, je neus laten groeien. Ik neem me voor nooit meer te liegen, dat scheelt weer energie.
Ik schreeuw door de klas: oooo juf wat heeft u een grote neus, u staat keihard te liegen. Als ik zie dat juf begint te huilen, moet ik een beetje grinniken.
Ik ga naar haar toe om het te zeggen. Zo’n grote neus ziet er natuurlijk heel gek uit. En ik wil niet dat ze voor gek staat.
Ik snap wel dat de neus van de juf begint te groeien, het is ook niet waar wat ze zegt. Iedereen weet dat baby’s door ooievaars gebracht worden. Zonder de natuur geen baby’s.

Correct!

Wrong!


  1. Je bent door alle bomen het bos kwijt. Wat doe je?

Niks, lekker een stukje wandelen tussen al die mooie bomen. Ik hoef het bos niet te zoeken, het bos vindt mij vanzelf.
Dat bos zoeken kan morgen ook nog wel. Het mos onder de bomen ziet er heerlijk zacht uit. Daar kan ik vast een lekker dutje op doen.
Ik begin heel hard tegen een boom te trappen, stom ding. Staat alleen maar in de weg. Zo kan ik toch niks zien.
Ik vraag mijn vrienden uit de klas of ze me willen helpen met zoeken. Samen roepen we heel hard naar de bomen: BOS!! BOOHOOS!! WAAR BEN JE????

Correct!

Wrong!


  1. De tandenfee is weer vergeten om geld onder je kussen te stoppen. Dit is de derde keer. Wat doe je?

Ik doe niets. Ik ben ook niet boos, ik vergeet zelf ook wel eens wat. Vorige keer was ik vergeten om tandpasta op mijn tandenborstel te doen, ik heb toen twee minuten zonder tandpasta mijn tanden gepoetst. Dat was echt dom. Gelukkig konden mama en papa er om lachen.
Ik geef het op. Ik word ook moe van de hele tijd mijn kussen optillen om te kijken of er iets onder ligt. Die energie is het me niet waard.
Die arme tandenfee zal ook wel moe zijn van al die tanden ophalen overal. Morgen leg ik een lekker zakje kamillethee onder mijn kussen. Kamillebloemen helpen heel goed om te ontspannen.
Ik pak gelijk de telefoon om de tandenfee te bellen. ‘Ja Hallo! Met mij’ zeg ik. ‘Dit is nu al de derde keer dat je niets onder mijn kussen hebt gestopt! Denk je soms dat het geld op mijn rug groeit?’

Correct!

Wrong!


  1. Je bent jarig en geeft een feestje voor al je vrienden en vriendinnen. Het thema is ‘sprookjesbos’. Een van je vrienden heeft een veel mooier kostuum dan jij. Wat doe je?

Ik kruip op een hoekje van de bank onder een dekentje. Mijn kostuum is dat van sneeuwwitje en ik ga lekker slapen tot iemand me wakker komt kussen.
Ik duik snel de tuin in en versier mijn kostuum met de mooiste bladeren en takken. Zo, nu ben ik een wandelend sprookjesbos. Een mooier kostuum bestaat er niet.
Wauw, wat een mooi kostuum! Ik geef mijn vriend een knuffel en zeg dat hij er prachtig uit ziet.
Ik word heel boos en vraag mijn vriend te verdwijnen van mijn feestje. Spiegeltje, spiegeltje aan de wand, ik ben de mooiste van het hele land.

Correct!

Wrong!

Share the quiz to show your results !

Subscribe to see your results

Juffenquiz

I'm %%personality%%

%%description%%

But I'm also %%personality%%

%%description%%

Loading...