fbpx

Maas theater dans podium

Voor volwassenen

Moniek Merkx, de regisseur, dook voor het maken van de voorstelling Liefde in verschillende boeken, onder andere Weg van liefde van Allain de Botton, Empathie van Roman Krznaric  en Liefhebben, een kunst, een kunde van Erich Fromm. Deze kenners onderscheiden verschillende fases van opgroeien in de liefde: van kind naar puber naar volwassene. Hier geeft Moniek een inkijkje in die achtergronden, een structuur van waaruit ze de voorstelling onder meer heeft gemaakt.

Baby
In de babytijd heb je vaak een symbiotische band met je omgeving. Je ervaart onvoorwaardelijke liefde en veiligheid. Je hoeft niets te doen om liefde te ontvangen. Liefde is zelfs noodzakelijk om te overleven. Mensen om je heen kunnen je gedachten lezen, begrijpen je gebrabbel en je gehuil. Althans als alles goed gaat. Het verlangen naar deze vorm van onvoorwaardelijke liefde blijft altijd  ergens in je. En deze basis heb je nodig voor zelfvertrouwen, zelfliefde.

Kind
Deze fase gaat over de bouw van de ego-structuur. Je leert je te onderscheiden van de ander. Liefde wordt voorwaardelijk. Je leert te voldoen aan verwachtingen, vragen te stellen en strategie
te ontwikkelen. Als het goed is krijgt je een geweten en een gevoel voor redelijkheid. Je gaat je ook voor het eerst schamen en schuldig voelen. Positief is dat je nu zelf iets kan doen om de liefde te  krijgen, je kan er voor ‘werken’. Negatief is tegelijkertijd dat de liefde je ook kan worden onthouden. Er ontstaat competitie, een verschil tussen jongens en meisjes, leiders en volgers. Straffen, plagen en uitsluiten. Als kind kan je vaak nog goed terug naar een gevoel van eenheid bewegen via rituelen, sprookjes en spelletjes. Je leert in deze fase verder geheimen hebben, roddelen en dingen durven.

Puber
Dit is de fase waarin ego-structuren elkaar bewuster ontmoeten. Je leert je aan elkaar te scherpen. Je spiegelt je aan soortgenoten EN zoekt naar je eigen identiteit. Je voelt jezelf ook vaker echt  alleen tegenover een groep. Je wordt eigenwijs, komt los van je familie en je beweegt tussen heel kinderlijk en heel volwassen in. In de zoektocht naar liefde ga je vaker op zoek naar wat je thuis  niet hebt gehad. In deze fase oefen je de liefde in een wijdere kring. Soms heel assertief of juist heel verlegen. Vaak erg dromerig.

Volwassene
Je gaat nu echt de buitenwereld in. Je vindt jezelf opnieuw uit los van je familie. Als het goed is ga je meer verantwoordelijkheid nemen en consequenties van je gedrag te zien. Idealiter beschouw je  liefde als een kunst en wil je die leren zoals je een kunst beoefent. Met veel discipline, concentratie, geduld, sensitiviteit, redelijkheid, geloof en vertrouwen. Zonder het ooit op te geven.

Stel:
We lijken op elkaar omdat we allemaal gekend willen worden in ons uniek zijn. We doen ons maskers af, delen onze angsten en onze grootste verlangens. We geven toe dat de ander ons raakt. Dat we naast trots, ook kwetsbaar en afhankelijk zijn. We zijn bereid ‘ja’ te zeggen, ook als het moeilijk, grijs en saai is. We bevrijden ons van verwachtingen, clichébeelden en belangen. We zijn een groep. Samen. We ademen, bewegen samen. We voelen onszelf én we voelen de groep, tegelijkertijd. Eén voor allen, allen voor één, zoiets.