Maas theater dans podium

Inspiratie

Cecilia Moisio maakte de choreografie van Victory, maar bedacht ook het concept voor decor, kostuums en licht. Inspiratie genoeg, je leest het hier.

VORMGEVING

Perfecte kamer in hangar

Mum’s the Word

Picture perfect (© Phile Deprez)

Wereld in een wereld
Cecilia: “Ik heb voor mijn voorstelling Error Humanum al een begin gemaakt voor de vormgeving van Victory. Toen heb ik bedacht hoe je een wereld binnen een wereld kunt creëren, door iets op het toneel te zetten dat los staat van de rest. Je mag ook echt zien dat het een decor is, een nepwereld. Dat is dan de plek waar die mislukkingen gebeuren. Het idee begon tijdens een gesprek met mijn zus. Zij is architect en bedacht onder andere het decor voor mijn voorstelling Mum’s The Word. Zij liet mij een plaatje zien van een perfecte kamer middenin een grote hangar. Dat was interieurdesign maar wel heel tof.”

Pastel
“Met haar heb ik ook gebrainstormd over die pastelkleur en bedacht om alles monochroom te maken. Dat is wel een trend nu, ook in de modefotografie. Foto’s waarop alles één kleur heeft, elk voorwerp, de muren,  de meubels maar ook fruit. Je krijgt een soort rust als je er naar kijkt. Maar het is super nep, een soort plastic fantastic, een barbie-wereld. Ik zocht naar een kleur die niet te irritant is, waar je wel een uur lang naar wilt kijken. Roze vond ik te candy. Blauw leek mij het meest oké. Je kunt er video op projecteren en je kunt er ook andere kleuren van maken, zoals groen of roze.”

Fifties

Juno Calypso

Wes Anderson

Jaren vijftig
“Ik heb altijd jaren vijftig stijl in mijn voorstellingen, in kleding en meubels. Ik ben heel erg geïnspireerd door Amerikaanse tutorial video’s uit de jaren vijftig waarmee je leert hoe je je moet gedragen, hoe je moet leven. Hoe je moet eten, je kleden, omgaan met je vrienden en familie. Dat was natuurlijk erg nep. Iedereen lacht en is super formeel maar ondertussen… In de jaren vijftig was er ook heel veel shit, drama en menselijke pijn. Die jaren vijftig cultuur fascineert me.”

Filmmakers en kunstenaars
“Verschillende filmmakers zijn daar ook door geïnspireerd, zoals Wes Anderson. Hij maakt dat soort jaren vijftig werelden waarin alles symmetrisch is en perfect in scène is gezet. Er zitten ook humor, slapstick en grappige karakters in die ik heel fijn vindt. Ook inspirerend is zijn naamgenoot Roy Andersen, een Zweedse filmmaker die absurde werelden maakt. Hij houdt de camera stil in alle shots, de mensen lopen in en uit als in een toneelstuk, alles is super gedetailleerd. Dan is er nog de kunstenares Juno Calypso. Haar foto’s zijn super filmisch, plastic en alles is roze. Het zijn niet alleen mooie plaatjes, ze zijn altijd edgy met een boodschap. Hoe is het om vrouw te zijn, hoe kijk je naar je lichaam?”

Scènefoto Victory ©Phile Deprez

Scènefoto Victory ©Phile Deprez

Scènefoto Victory ©Phile Deprez

CHOREOGRAFIE

Thema
Cecilia: “Ik begin altijd bij mijn thema. Ik sprak een keer een kunstenaar die super open was over zijn faals en mislukkingen en dan echt tragische dingen. Hij deed er niet zielig over. Ik had direct een klik. Falen is een super interessant thema, niemand is daar open over namelijk, ikzelf ook niet. Je wilt het altijd verbergen. Voor mij beginnen de bewegingen eerst bij het thema en dan denk ik: wat voor scènes zouden hier bij passen? Voor de hand liggen dagelijkse dingen die fout gaan: mensen die vallen, struikelen, morsen. Kleine dingen die we groter maken. Dan ga ik de studio in en improviseer ik. Ik heb verschillende vallen uitgezocht: wat kan ik doen met een stoel, met een tafel, met kleding. Daar vloeit dan een beweging uit die ik in stukjes hak. Dat leer ik aan de dansers en aan de hand daarvan maken we frases, zetten we het in telling, in ritme. De bewegingen komen altijd eerst en de muziek wordt gemaakt op het ritme van de bewegingen, niet andersom.”

YouTube
“Ook inspirerend zijn YouTube video’s met mensen die spectaculair vallen zonder dood te gaan. Of video’s van huilende mensen. Ik vind het pijnlijk om er naar te kijken en vraag me wel eens af waarom we daar om lachen. Dat dubbele gevoel is voor mij interessant: je wilt er naar kijken en lacht erom, terwijl het pijnlijk en gênant is. Het is denk ik een soort empathie, een spiegel. Wij willen die sensatie voelen. Als je een val ziet, dan voel je dat bijna zelf en krijg je een soort kleine adrenalinekick.”

De dansers
“In al mijn choreografieën werk ik met autobiografische scènes en vertellen we letterlijk verhalen van de dansers zelf. Het zijn universele thema’s, dus als we het over falen hebben, dan heeft iedereen er wel een verhaal over. Ik wilde op een open manier laten zien wat ze allemaal hebben meegemaakt en dat vonden ze oké. Veel monologen van de performers zijn best heftig, over mensen die ziek zijn of dood gaan. 95% Van wat je ziet is echt gebeurd, maar soms vertelt iemand het verhaal van een ander of van mijzelf. Wat ik er bijvoorbeeld echt in wilde is hoe je steeds je gedrag moet aanpassen bij mensen, hoe je je soms kleiner moet maken. Dat leek me ook belangrijk voor jongeren.”