Maas theater dans podium

Nastaran over Uniform

Na haar voorstelling over narcisme Solo van Nas & Jim, een muzikale egotrip, gaat Nastaran Razawi Khorasani nu voor de groep en onderzoekt in Uniform de kracht van het collectief, van gemeenschappelijkheid. Uniform (een ode aan de meeloper) gaat in première op Oerol Terschelling (15-24 juni) en speelt daarna in Maaspodium, Rotterdam (29-30 juni) en op Theaterfestival Boulevard (6-11 aug). We vroegen Nastaran naar haar motieven en inspiratiebronnen.

Groep
Je onderzoekt in Uniform het fenomeen opgaan in de groep en de kracht van collectiviteit. Waarom wil je het over dit onderwerp hebben?
Nastaran: “We leven in een sterk geïndividualiseerde wereld en kiezen vaak voor onszelf. We zijn voortdurend bezig met wie we zelf zijn, wat onze mening is, willen ons geluid laten horen, onze stempel drukken. Dat is echt iets van deze tijd. Ik  heb bewondering voor mensen die zichzelf durven te vergeten en helemaal kunnen opgaan in een groep. Dus niet alleen bezig zijn met ‘wat wil ik’, maar ook met ‘wat wil de groep’. Die wens om voorbij ons eigen ego te willen gaan, komt mede door de alomvattende rol van social media. Niet dat ik nu expliciet iets over social media wil maken, maar daar zie je wel hoe het voortdurend gaat om het eindeloos profileren van jezelf. Ik ben daar wel een beetje klaar mee. En ik merk om me heen dat meer mensen er zo over denken. In Uniform doen we een poging om die nieuwe afkeer van het ego te laten zien.”

Synchroonzwemmen
Kun je iets vertellen over jouw inspiratiebronnen?
Nastaran: “Mijn eerste inspiratiebron is volksdans, omdat dat voor mij een ultieme manier is van samenkomst, met de groep iets doen voor de groep. Het is de beste manier om jezelf te vergeten en om samen te zijn, te dansen. Het dwingt je in het gareel, in de pas te blijven. Die dwang is tegelijkertijd de keerzijde van dit alles. Zo kwam ik bij heel andere, duistere inspiratiebronnen terecht: sekteleiders en sekten. Het collectief heeft namelijk ook zijn donkere kanten: afzondering en onderdrukking bijvoorbeeld. Denk aan iconische sekteleiders als Jim Jones, Charles Manson, Bhagwan, dat soort bewegingen. Nog een inspiratiebron is het communisme: het ideaal van gelijkheid, van eenheid, maar ook de architectuur, de esthetiek. Daar is voor mij werkelijk iets wonderschoons aan. Mijn ouders waren vroeger communist. De massive games in Noord-Korea, daar kan ik uren naar kijken. Grote groepen mensen die een choreografie dansen vind ik heel mooi. Ik val voor synchroniciteit, van synchroon zwemmen tot precision walking tot flash mobs. De precisie ervan en het oog voor detail daarin, daar heb ik een grote liefde voor.”

Energie
Is jouw Iraanse afkomst nog van invloed?
Nastaran: “In de choreografie van Uniform merk ik wel dat ik richting Perzische dans ga. Ik had wilde plannen om verschillende volksdansen te tonen, iets te doen met Chinese dans, maar ik kwam steeds terug bij de dansen uit het Midden-Oosten. Dat vloeit ook door mijn aderen. Als ik met mijn familie zo’n dans doe op een bruiloft, dan is dat een gelukzalig samenzijn. Iedereen wordt vrolijk en blij, er komt een bepaalde energie los die ik alleen daar kan ervaren. Die energie voel ik minder als ik hier in mijn eentje in een club sta te dansen. Als ik in Iran ben, dan kan ik mijn leeftijdsgenoten benijden om de flexibiliteit die ze hebben om mee te gaan met de groep. Voor hen zijn ‘het ik’, ‘mijn wil’ en ‘mijn mening’ veel minder van belang. Dat is een enorm verschil met hoe ik hier in Nederland ben opgegroeid. Ze zijn even oud en ambitieus als ik, maar gaan veel makkelijker op in een groep.”

Streepje
Kunnen we ook nog een knipoog verwachten zoals we van je gewend zijn?
Nastaran: “Ja, eigenlijk gaan we net als in Solo van Nas & Jim lekker aan de haal met het fenomeen individu. Mensen kunnen soms zo enorm in hun eigen ik opgaan dat ze een karikatuur worden van zichzelf. Daar zien we de humor wel van in. Verder blijkt in Uniform het individu uiteindelijk ook alleen maar iets dat we op ons zelf hebben geplakt, een plaatje, een inwisselbare buitenste laag. Tijdens de voorstelling pellen we de identiteit af tot we uiteindelijk niets zijn, tot we een streepje zijn.”