BEWEGEN ALS WATER
Doelen:
- Kinderen kennen verschillende werkwoorden van water.
- Kinderen kunnen zich uitdrukken in beweging en gebruiken daarbij hun lichaam en verbeelding.
- Kinderen gebruiken verschillende lichaamsdelen en worden uitgedaagd om te variëren in o.a. tempo, grootte en vorm.
Benodigdheden:
- Waterkaarten
- Ruimte om te bewegen
- Muziek
- Plezier
Stap 1: Kennis ophalen: wat weten de kinderen al?
Vraag aan de kinderen welke manieren van bewegen van water zij al kennen. Wat doet water bijvoorbeeld als het rustig naar beneden valt? Wat doen de zee of een rivier of een beekje?
Stap 2: Kennismaken met bewegingen (kring, zittend)
Laat de kinderen in een kring zitten en laat steeds één afbeelding zien.
- Wat zien ze? Wanneer kan je dit zien?
- Kunnen ze het woord zelf raden?
Laat de kinderen bijpassende bewegingen maken met alleen de handen en vingers.
Stap 3: Bewegen met het hele lijf (staand)
Laat de kinderen opstaan en zorg dat er genoeg bewegingsruimte is. Herhaal de kaarten en laat de leerlingen de bewegingen uitbreiden met hun hele lichaam, dit doen ze op hun eigen plek.
- Coach op groot/klein & hoog/laag bewegen
- Coach op snel/langzaam bewegen
- Coach op alle lichaamsdelen inzetten, denk aan: knieën, ellebogen, je hoofd, één been, je tenen etc.
Stap 4: Bewegen door de ruimte
De kinderen hebben van alles onderzocht, laat ze nu vrij door de ruimte te bewegen. Leg uit dat ze kris kras door elkaar mogen lopen zonder botsen. Je kunt muziek aanzetten ter inspiratie.
Benoem het woord waarop jullie gaan bewegen en wissel deze af.
Extra toevoeging: Laat de kinderen zelf bedenken welk geluid bij de beweging/het woord past.
Variatie/extra uitdaging: Waterdans maken
Doel:
- De kinderen kunnen zelf een stukje dans/choreografie maken.
- De kinderen kunnen samenwerken.
Benodigdheden:
-
Eén set water-kaarten per groepje.
Verdeel de groep in kleinere groepjes van drie of vier leerlingen. Geef elk groepje een set van de kaartjes en laat ze deze op een eigen volgorde neerleggen.
Dit is de volgorde waarop de kinderen gaan bewegen.
Geef ze oefentijd om een choreografie te maken, waarin ze de vier bewegingen achter elkaar zetten en tegelijkertijd uit kunnen voeren.
- Welke beweging vormt de cue?
- Hoe kun je de bewegingen mooi aan elkaar plakken?
- Wat is je begin, - en eindbeeld?
- Zet muziek
Tijd over? Laat de kinderen het nog even instuderen en laat daarna de helft van de groepjes zitten en kijken naar de anderen, zet één van de muzieknummers op. Laat de kinderen een applaus geven als de groepjes klaar zijn, het is superknap dat ze dit durven te laten zien!