In de klas

Beste docent,

Binnenkort ga je met jouw klas de voorstelling Milky Way van Maas Theater en Dans bekijken. Om samen met de leerlingen een verdiepende stap te maken op de thematieken van de voorstelling bieden wij suggesties voor opdrachten en gesprekken aan. Deze opdrachten en gesprekken kunnen voor of na de voorstelling behandeld worden in de klas en ervoor zorgen dat de leerlingen zich kunnen verbinden aan dat wat zij zien in de voorstelling.

Een aantal van de thematieken kunnen gevoelig en spannend zijn om te behandelen. Daarom is het van belang om de veiligheid in de klas te waarborgen.

De thematieken van de voorstelling zijn:

  • Eenzaamheid
  • Verbeelding
  • Het universum
  • Volwassen worden

Hieronder een aantal vragen die het kringgesprek kunnen starten rond de thematieken van de voorstelling.

  • Ben je graag alleen?
  • Wanneer vind je het fijn om alleen te zijn?
  • Wanneer vind je het fijn om samen te zijn?
  • Verzin je wel eens een fantasiewereld?
  • Als je op avontuur zou gaan, wat zou je dan meenemen?

Dit zijn een aantal verdiepende vragen.

  • Voel je je wel eens heel groot? Alsof je de hele wereld aan kan?
  • Voel je je wel eens juist heel klein. Wanneer heb je dat ervaren?
  • Heb je je wel eens eenzaam gevoeld?
  • Wat zou je dan het liefste doen als je je zo voelt? In een boek duiken? Met je ouders theedrinken? Je vrienden opzoeken?

Opdracht 1: Maak je eigen planeet

Leg vellen papier klaar en knutsel spullen klaar. Elke leerling maakt voor zichzelf een planeet. Stel de vragen niet te snel achter elkaar maar laat het meer denkstappen zijn.

Je mag jouw eigen planeet ontwerpen. Helemaal voor jouwzelf. Vol met de dingen die jij wil.

Een aantal vragen die je aan het denken kunnen zetten zijn:

  • Waar is de planeet van gemaakt?
  • Welke kleuren heeft de planeet?
  • Zijn er anderen aanwezig op de planeet of juist helemaal niemand anders.
  • Zijn de anderen mensen of wezens?
  • Is er veel zwaartekracht of juist niet?
  • Zijn de materialen hard of juist heel zacht?
  • Hoe zijn de geluiden?
  • Zijn er bepaalde regels?
  • Hoe vervoer jij je over de planeet?

Naast de vormen die de planeet aan kan nemen, kunnen de leerlingen ook een aantal antwoorden op deze vragen op de planeet schrijven. Ook kunnen ze de planeet een eigen naam geven.

Als iedereen klaar is met het maken van diens planeet, worden er tweetallen gemaakt en presenteren ze de planeten aan elkaar.

Opdracht 2: Bewegen met zwaartekracht.

Voor deze opdracht is het handig dat de vloer leeg gemaakt wordt. Als dit niet mogelijk is dan kan het ook staand achter de tafels uitgevoerd worden. Er kan gebruik gemaakt worden van de muziek uit de voorstelling. Dit is te vinden op de pagina van het plakboek, onder de tegel ‘muziek’.

Begin klassikaal met de vragen:

  • Wat gebeurt er als er geen zwaartekracht meer is? Zoals bijvoorbeeld in een ruimteschip.

Misschien kan iemand dit kort voor doen?

  • En wat gebeurt er dan als de zwaartekracht 10x zo zwaar wordt?

Misschien kan iemand een stukje lopen om dit voor te doen?

De leerlingen mogen tweetallen maken. Deze tweetallen gaan tegenover elkaar staan. Ze doen allebei hun ogen dicht en bedenken zich hoe hun ochtend routine eruitziet. Dan mogen ze drie stukjes hieruit kiezen. Voorbeelden hiervan zijn:

  • Opstaan
  • Tandenpoetsen
  • Ontbijten
  • Aankleden
  • Haren doen

Dan mogen de ogen weer open en beslis je wie A is en wie B is.

Groep A gaat als eerst. Groep B kijkt naar hoe degene tegenover hen beweegt.

Hoe zou je bewegen als je op een plek bent waar er geen zwaartekracht aanwezig is? Probeer dit uit aan de hand van je ochtendroutine.  Net als op een ruimteschip bijvoorbeeld.

Groep A doen hun ogen weer dicht en doen drie van deze stukjes. Beweeg alsof er geen zwaartekracht is.

Beweeg je langzamer? Of juist sneller? Wat gebeurt er als je iets laat vallen? Blijft het dan zweven? Hoe beweegt de rest van je lichaam? Hoe loop je?

Dan bespreken de duo’s kort wat ze gezien en ervaren hebben. Wat was er grappig? Wat was interessant?

  • Als docent kun je hier aan een aantal kinderen klassikaal hun antwoorden laten delen

Hieruit kiezen ze twee bewegingen uit die ze onthouden. Hier krijgen ze kort de tijd voor, denk aan ongeveer een minuut.

Dan wisselen de rollen om. Groep B doet nu de ogen dicht en groep A kijkt.

Groep B doet nu drie stukjes uit hun ochtend routine maar dan alsof het 10x zoveel zwaartekracht is dan normaal. Alles wordt 10x zo hard naar de aarde getrokken dan normaal. Hoe gaat de ochtend routine dan? Beweeg je trager? Wat gebeurt er als iets op de grond valt? Hoe loop je? Hoe bewegen je armen?

Vervolgens delen ze weer wat ze gezien en ervaren hebben. Weer met de vraag: wat was grappig? Wat was interessant?

Dan kiezen ze weer twee bewegingen.

Van deze vier bewegingen maken ze samen een korte choreografie. Terwijl ze bezig zijn voeg je er voorwaarden aan toe. Deze voorwaarden zijn:

  • Er moet een duidelijk begin en einde aan zitten, deze mogen ze maken.
  • Er moeten twee sprongen in voorkomen. Ze mogen uitzoeken hoe deze er in de verschillende zwaartekrachten uit zien.

Na ± 5 minuten ronden ze af. Er wordt een publieksopstelling gemaakt en er laten twee of drie (kies hieruit op basis van de grootte van de gehele groep) tweetallen tegelijkertijd hun choreografie zien.

Als kijkopdracht voor het publiek vraag je wanneer en hoe ze de voorwaarden hebben gezien.

Als iedereen de choreografieën laten zien heeft wordt er nog kort in een kring uitgewisseld wat ze ervaren hebben.

Bonusopdracht

Om nog verder met de leerlingen te verdiepen bieden we ook een poëzieopdracht aan.

Benodigdheden: pen en papier

De leerlingen krijgen 2 minuten de tijd om kort voor zichzelf na te gaan wat ze gezien en ervaren hebben bij de voorstelling.

Vervolgens krijgen ze 8 minuten de tijd om te schrijven. Ze moeten doorschrijven, hun pen of potlood nauwelijks van het papier af en mogen er niet te veel over nadenken. Associatief schrijven.

Na deze 8 minuten mogen ze twee woorden omcirkelen die ze interessant vinden. Deze twee woorden moeten in hun gedichtje voorkomen.

De dichtvorm die er gebruikt wordt is rondeel. Dit is een gedicht van 8 regels waarbij regel 1, 4 en 7 hetzelfde zijn. En regel 2 en 8 zijn ook hetzelfde.

Voorbeeld:
Ik lig vaak op mijn rug in het gras.

En dan kijk ik omhoog naar het grote universum.

Ik fantaseer over alles wat daar zou kunnen zijn.

Ik lig vaak op mijn rug in het gras.

En dan voel ik de aarde onder mij.

Ik zou zo graag weg willen vliegen.

Ik lig vaak op mijn rug in het gras.

En dan kijk ik omhoog naar het grote universum.

Als de gedichten af zijn kunnen deze voorgedragen worden en/of ergens in de klas opgehangen worden.

Wil je gedichten uit jouw klas met ons delen? Mail ze naar educatie@maastd.nl.

 

Maas theater en dans maakt op deze website gebruik van cookies. We gebruiken cookies voor het bijhouden van statistieken (de cookies van Google Analytics zijn volledig geanonimiseerd), om voorkeuren op te slaan, en voor marketingdoeleinden. Door op 'optimale cookies' te klikken, ga je akkoord met het gebruik van alle cookies zoals omschreven in onze cookie verklaring. Je hebt ook de keuze voor 'minimale cookies', als je dit liever niet hebt. 

Filter op:

Er zijn geen resultaten gevonden. Probeer het eens met een andere zoekterm?

Er zijn geen resultaten met dit filter. Pas het filter aan of probeer het eens met een andere zoekterm?